Print pagina

De Riepe maart 2011'Vrouwe Justitia'

Tekst: Heiko Eckert

Vrouwe Justitia. Een bijzondere verschijning. In dat gewaad en met die blinddoek voor. Ze heeft op zich een zachte uitstraling maar dat zwaard heeft toch ook wel iets beangstigends. Waarom is eigenlijk een godin de personificatie van het recht geworden? Is rechtspraak eigenlijk meer iets voor vrouwen?

Onzin. Rechtspraak is soms juist absoluut een mannenzaak. Begrijp me niet verkeerd. Bij ons in Nederland zijn alle rechters gelijk. Mannen of vrouwen. Maar voor sommige zaken kun je misschien beter een vrouwelijke rechter hebben. En voor sommige zaken een mannelijke rechter. Gemiddeld genomen over alle zaken zijn de gevolgen dan weer nihil. Voor de afzonderlijke zaak maakt het wel uit.

De zaak van Paul raakte mij persoonlijk. Toen ik de zittingszaal in liep, zakte mij de moed in de schoenen. Een vrouwelijke rechter, een vrouwelijke officier van justitie, een vrouwelijke griffier en Paul zelf had zijn moeder meegenomen. Dit kwam niet goed.

Paul had een lichte hersenbeschadiging en PDD-Nos. Hij maakte moeilijk contact. In de buurt had hij geen vrienden. Hij wist wel dat ze achter zijn rug gekke bekken trokken en grappen over hem maakten. Maar dat liet hem inmiddels koud. Hij was al lang blij dat hij sinds een paar jaar mee mocht doen met voetballen op het veldje. Nou ja, voetballen. Hij mocht niet meevoetballen. Hij mocht op keep. Voor hem was dat ieder keer het hoogtepunt van de dag. Als hij na school weer in de modder mocht duiken. Even waande hij zich Roy Beukenkamp in het Oosterpark.

Met kerst kreeg hij eindelijk een paar keeperhandschoenen. Zo trots als een pauw. Iedere dag na het voetballen maakte hij ze zorgvuldig schoon. Zodat hij de volgende dag de schoten van Martin Drent weer tegen kon houden. Op die maandag was hij te gehaast weggegaan. Hij had de sleutel in de voordeur laten zitten en verder was er niemand thuis. Ze wilden net beginnen met hun potje toen hij het in de gaten had. "Ik moet even mijn sleutel halen", riep hij en hij sprintte weg. Hij liet zijn handschoenen in de goal liggen. Toen hij terugkwam hoorde hij de jongens van veraf al gieren van de lach. Ineens zag hij het. Erik stond over zijn handschoenen heen te pissen.

Het werd zwart voor zijn ogen. In de verklaringen stond dat de jongens Paul nog nooit zo hadden gezien. Hij vloog Erik aan. Schopte en sloeg hem en raakte hem met een vuist vol op het oog. In het dossier zaten foto's van een dik blauw oog van Erik. Hij had er nog drie weken last van gehad.

Diep in mijn hart vond ik dat Paul een toonbeeld van zelfbeheersing was. Slechts één blauw oog. Erik piste niet alleen over de keeperhandschoenen van Paul, maar maakte de hele voetbalsport ten schande. Of eigenlijk was wat Paul deed een soort noodweer, omdat de voetbalsport op grove wijze werd aangerand. Maar toen ik de zaal inliep, wist ik dat niemand het zou begrijpen.

"Wat Erik heeft gedaan is niet leuk maar zo mag je nooit reageren. Geweld is nooit een oplossing. Je kunt hulp halen van je moeder of van iemand van school, maar je kunt niet zo gaan schoppen en slaan. Daar kan iemand ernstig letsel aan over houden." Een werkstraf.

Ik vertelde het aan mijn vrouwelijke collega. "Nou ja, op zich is het natuurlijk niet raar dat je een straf krijgt als je iemand een blauw oog slaat."

Misschien lag het toch anders. Paul had beter een vrouwelijke advocaat kunnen hebben. Niet één die als jongetje iedere dag voetbalde tot het donker werd. Misschien was ik wel niet de juiste advocaat voor deze zaak.

Heiko Eckert is vaste columnist voor de daklozenkrant van Noord-Nederland, De Riepe.

Terug naar het nieuwsoverzicht